
Waarom ik deze ETF juist nu interessant vind
Ik vind de VanEck Semiconductor ETF juist tijdens de huidige onrust interessant om te bekijken. Voor iemand die wil beginnen met beleggen in chipbedrijven, is dit een praktische manier om in één keer meerdere belangrijke spelers te bezitten. Je hoeft dan minder afhankelijk te zijn van de vraag of je precies het juiste aandeel hebt uitgekozen.
De twijfel over de enorme uitgaven aan AI en de flinke koersbewegingen geven daar nu aanleiding toe. Mijn afweging begint bij wat deze bedrijven over een aantal jaren kunnen verdienen. Een lagere koers kan een aantrekkelijker instapmoment opleveren, zolang hun concurrentiepositie en toekomstige winst dat ook rechtvaardigen.
Daar zit meteen de lastige kant. Deze ETF blijft een belegging in een gevoelige sector. Wie hem overweegt, moet ook begrijpen waarom chips soms schaars zijn, waarom er later een overschot kan ontstaan en waarom zelfs een uitstekend bedrijf dan hard kan dalen.
Inhoud van dit artikel
Waarom ik een mandje chipbedrijven aantrekkelijk vind
De VanEck Semiconductor UCITS ETF belegt in 25 bedrijven uit de chipindustrie. Een ETF is een beursgenoteerd fonds. Met één aankoop krijg je een klein belang in de ondernemingen die het fonds bezit. De samenstelling volgt een index met vaste regels.
Daarmee koop je verschillende schakels in dezelfde industrie. Nvidia en AMD ontwerpen processoren. TSMC produceert chips voor andere bedrijven. Micron en SK Hynix maken geheugen. ASML, Applied Materials en Lam Research leveren machines waarmee fabrikanten hun productie kunnen uitbreiden en verbeteren.
Dat vind ik een interessante combinatie. Het is moeilijk om jaren van tevoren te bepalen welk type processor het meeste marktaandeel krijgt. Een andere winnaar bij de chipontwerpers kan nog steeds productie, geheugen en machines nodig hebben. Door meerdere schakels te bezitten, spreid je een deel van die onzekerheid.
De behoefte aan meer rekenkracht vormt een duidelijke reden om deze bedrijven te volgen. Ook toepassingen op telefoons, computers en in auto’s vragen chips. De precieze winnaar kan veranderen als klanten meer eigen processoren ontwikkelen. Fabrikanten en toeleveranciers kunnen aan verschillende ontwerpen verdienen. Dat maakt de breedte van dit mandje voor mij waardevol.
Dit sluit voor mij aan bij de manier waarop ik met de lessen van Peter Lynch en Warren Buffett naar bedrijven kijk. Ik wil begrijpen waar de winst vandaan komt en waarom een concurrent die niet eenvoudig kan afpakken. Bij chips kan dat voordeel zitten in ontwerpsoftware, productiekennis, een uitgebreid ontwikkelaarsnetwerk of machines die bijzonder moeilijk na te bouwen zijn. De ETF geeft toegang tot meerdere van die voordelen tegelijk.
De spreiding heeft duidelijke grenzen. Eind september zat ongeveer 83% van het fonds in de tien grootste posities. Micron en SK Hynix waren samen goed voor bijna een vijfde. Als grote klanten hun investeringen terugschroeven, kunnen meerdere bedrijven uit dit mandje tegelijk geraakt worden.
Bij geheugen lopen verschillende verhalen door elkaar
De recente cijfers laten zien hoe belangrijk het is om precies te kijken waar de vraag zit. Geheugen voor datacenters maakt een andere ontwikkeling door dan producten voor consumenten. Samsung en SK Hynix melden sterke vraag vanuit servers. In de kwartaalupdate van Sandisk steeg de omzet uit datacenters in het afgelopen kwartaal met 61% ten opzichte van het voorgaande kwartaal, terwijl de consumentenomzet met 29% terugviel.
Die laatste vergelijking gaat over omzet. Daarin zitten zowel verkochte hoeveelheden als prijzen en het soort producten dat klanten bestellen. Zo'n cijfer vertelt dus meer dan alleen hoeveel chips er zijn verkocht.
Een computer gebruikt werkgeheugen om taken uit te voeren. Dat heet DRAM. Voor zware berekeningen met AI wordt onder meer HBM gebruikt: een vorm van DRAM met gestapelde geheugenchips die heel snel gegevens naar de processor kunnen sturen. Voor het bewaren van gegevens, bijvoorbeeld op een SSD, is er NAND. Dat zijn verschillende markten, met eigen prijzen, klanten en productiecapaciteit.
Juist die verschillen maken de huidige periode interessant. De vraag naar bepaalde consumentenproducten kan afzwakken, terwijl geavanceerd geheugen voor AI schaars blijft. Ook de zwakkere vooruitzichten bij Intel zeggen vooral iets over delen van de markt voor computers en processoren. Het is te eenvoudig om daar de hele chipindustrie aan af te meten.
Voor mij is dit een reden om de sector als geheel te onderzoeken. Wie alleen het luidste nieuws volgt, kan een tijdelijke tegenvaller bij één eindmarkt verwarren met het verdwijnen van de vraag naar chips.
Een dip kan midden in een sterk jaar vallen
De recente terugval voelt fors. De officiële fondswaarde in dollars lag op 29 oktober ongeveer 8,8% onder die van eind september. Tegelijk stond het rendement sinds het begin van het jaar nog op ruim 69%. Je kunt dus een flinke correctie hebben binnen een jaar waarin beleggers al heel veel groei hebben ingeprijsd.
Dat helpt mij om afstand te houden van de emoties van één beursdag. Zo’n daling is een aanleiding om opnieuw te rekenen. Hoeveel verwachtingen zijn uit de prijs verdwenen? En hoeveel van de winst die ik eerder verwachtte, staat nog overeind?
Het verleden maakt ook duidelijk hoeveel geduld deze sector kan vragen. In 2022 verloor dit fonds ongeveer 35%. Zo'n verlies is groot genoeg om je hele beleggingsplan ter discussie te stellen als je vooraf alleen naar de mooie jaren hebt gekeken. Een herstel kan volgen, maar de timing en de omvang daarvan liggen niet vast.
Hoe een tekort uiteindelijk een overschot kan worden
Bij een tekort kunnen chipfabrikanten hogere prijzen vragen. Hun winsten lopen op en klanten willen capaciteit vastleggen. Dat maakt het aantrekkelijk om meer te investeren. Nieuwe fabrieken, productielijnen en machines moeten later voor extra aanbod zorgen.
Die uitbreiding kost tijd. Tegen de tijd dat de nieuwe capaciteit beschikbaar komt, kan de vraag alweer veranderen. Klanten hebben misschien voldoende voorraad opgebouwd. De economische groei kan vertragen. Of een nieuwe generatie apparatuur verwerkt dezelfde taak met minder chips.
Dan kunnen de prijzen onder druk komen te staan. Een fabriek heeft hoge vaste kosten: gebouwen, machines en personeel blijven geld kosten als de verkoopprijs daalt. Daardoor kan een bescheiden verslechtering in de markt een veel grotere daling van de winst veroorzaken.
Hier neem ik het denkkader van Howard Marks uit Mastering the Market Cycle mee. Optimisme, ruime financiering en hoge winstverwachtingen kunnen elkaar versterken. Als verwachtingen omslaan, kan ook die beweging zichzelf voeden. Ik probeer vooral te begrijpen hoeveel vertrouwen er al in de prijs zit en hoeveel ruimte er is voor een tegenvaller.
Bij de huidige investeringen in AI speelt financiering een belangrijke rol. Cloudbedrijven en gespecialiseerde verhuurders van rekenkracht bestellen apparatuur die vaak met leningen, leases of vooruitbetalingen wordt betaald. Als hun inkomsten tegenvallen of lenen duurder wordt, kan dat hun volgende bestelling raken. Dat werkt door naar chipmakers en hun leveranciers.
Een snelle groei van AI betekent daarom niet automatisch dat iedere uitbreiding evenveel oplevert. Het tempo waarin klanten daadwerkelijk betalen voor toepassingen moet uiteindelijk aansluiten op het geld dat de hele keten uitgeeft.
Wat je betaalt, blijft doorslaggevend
De kwaliteit van de bedrijven spreekt mij aan. Voor het rendement blijft hun waardering minstens zo belangrijk. Een onderneming kan de winst stevig laten groeien en toch een tegenvallende belegging zijn als de aankoopprijs al van een nog betere toekomst uitging.
Neem een eenvoudig voorbeeld. Je betaalt dertig keer de jaarwinst. Een jaar later is die winst 20% hoger, maar beleggers willen nog maar vijfentwintig keer de winst betalen. De theoretische aandelenwaarde is dan gelijk gebleven. De groei is volledig opgegaan aan de lagere waardering.
Bij een cyclische onderneming komt daar iets bij. Een aandeel dat goedkoop lijkt op basis van uitzonderlijk hoge winst, kan veel duurder blijken als de prijzen van zijn producten normaliseren. Ik wil daarom weten hoeveel een bedrijf kan verdienen gedurende een normale periode, inclusief minder gunstige kwartalen.
Voor deze ETF kijk ik dus naar de ontwikkeling van winst en kasstroom bij de belangrijkste posities, de investeringen die daarvoor nodig zijn en de prijs die beleggers betalen. Als de koersen dalen terwijl de concurrentievoordelen en verdiencapaciteit grotendeels intact blijven, wordt de verhouding aantrekkelijker. Bij structureel lagere winsten moet de prijs verder omlaag om dezelfde aantrekkelijkheid te bieden.
Eenvoudig te kopen, gevoelig om te bezitten
Voor beginners zit de aantrekkingskracht in de eenvoud van de uitvoering. Je hoeft geen losse portefeuille met allerlei buitenlandse chipbedrijven samen te stellen. Het fonds bezit de aandelen en past de wegingen volgens de indexregels aan. Bij de periodieke herweging wordt het gewicht per bedrijf begrensd op 10%; door koersbewegingen kan dat tussentijds hoger uitkomen.
De omvang van zo'n belegging bepaalt vervolgens hoeveel invloed de chipcyclus op je totale vermogen heeft. In een rekenvoorbeeld waarin chips 10% van een portefeuille vormen, kost een daling van 40% in dat deel ongeveer 4% van de totale portefeuille, als de rest gelijk blijft. Wie vrijwel alles in deze sector heeft zitten, voelt diezelfde beweging veel harder.
Ook bestaande beleggingen tellen mee. In veel brede aandelenfondsen zitten al grote technologiebedrijven. Een extra chipfonds kan daardoor meer overlap opleveren dan de naam van een tweede ETF doet vermoeden. Ik zou die totale blootstelling willen begrijpen voordat ik naar één aantrekkelijk fonds kijk.
De risicoklasse van deze ETF is zes op een schaal van zeven. Dat past bij een sector waarin de vooruitzichten en koersen snel kunnen omslaan. Voor geld dat op korte termijn nodig is, vind ik die onzekerheid een te zware last.
Welke variant ik hier bedoel
Dit artikel gaat over de Europese UCITS-variant met ISIN IE00BMC38736. Die is onder meer in euro's verhandelbaar als VVSM op Xetra en als SMH in Parijs. Dezelfde afkorting SMH wordt ook voor een Amerikaans fonds gebruikt. De ISIN is daarom het handigste herkenningspunt.
De jaarlijkse fondskosten zijn 0,35%. Bij gemiddeld €10.000 belegd vermogen is dat ongeveer €35 per jaar, verwerkt in de fondswaarde. Je broker kan daarnaast transactiekosten rekenen. Ook het verschil tussen de koop- en verkoopprijs speelt mee. Inkomsten uit de portefeuille worden binnen het fonds herbelegd.
Een notering in euro's haalt het valutarisico er niet uit. De onderliggende beleggingen en de dollarkoers beïnvloeden wat je uiteindelijk in euro's overhoudt. De historische rendementen in de grafiek zijn in dollars weergegeven.
Waarom ik hier juist nu naar kijk
Ik vind deze ETF een logische kandidaat voor wie wil onderzoeken hoe je aan de chipindustrie kunt deelnemen zonder alles van één onderneming te laten afhangen. De combinatie van ontwerpers, fabrikanten en machinebouwers spreekt mij aan. De huidige twijfel over AI geeft een goede aanleiding om hun prijzen en vooruitzichten opnieuw naast elkaar te leggen.
Mijn belangstelling wordt sterker als orders en kasstromen standhouden terwijl de verwachtingen in de beurskoersen afnemen. Ze wordt zwakker wanneer voorraden snel oplopen, klanten bestellingen uitstellen en nieuwe capaciteit vooral prijsdruk veroorzaakt. Dat zijn de ontwikkelingen die ik de komende kwartalen wil volgen.
Een ETF maakt die afweging behapbaar. Je hoeft minder precies te voorspellen welk bedrijf de grootste winnaar wordt. Je moet wel overtuigd zijn van de waarde van het mandje als geheel, en de ruimte hebben om een volgende moeilijke fase uit te zitten. Vanuit die gedachte vind ik dit fonds interessant om serieus te overwegen.



















































































































Opmerkingen