
Intel en Amazon dalen hard. Dit leer ik van tien dagen kwartaalcijfers
Intel en Amazon krijgen een harde klap op de beurs. Tegelijk verdienen sommige leveranciers van geheugenchips en datacenterapparatuur meer dan ooit. Wie alleen de koersen volgt, kan daar behoorlijk onrustig van worden. De kwartaalcijfers geven gelukkig meer houvast. Ze laten zien waar de vraag groeit, wie daar geld aan overhoudt en waar de prestaties achterblijven bij de verwachtingen.
Ik heb de resultaten waarover we de afgelopen tien dagen schreven naast elkaar gelegd. Mijn belangrijkste conclusie: AI trekt enorme bedragen door de economie, maar die komen heel ongelijk terecht. Een deel belandt vandaag bij leveranciers. Een ander deel wordt door hun klanten geïnvesteerd in capaciteit die zich nog jarenlang moet terugverdienen. Daarbovenop spelen heel gewone zaken mee, zoals een zwakke pc-markt, verschoven koopjesdagen en hogere financieringskosten.
Dat is ook hoe ik deze beurs bekijk. Vanuit het bedrijf, zijn concurrentievoordeel en de prijs die ik voor toekomstige winst betaal. Peter Lynch en Warren Buffett vormen daarvoor mijn basis. Howard Marks helpt me om te begrijpen hoe verwachtingen, investeringen en beschikbaar krediet elkaar kunnen versterken. Deze cijferperiode brengt die drie invalshoeken opvallend duidelijk samen.
Bij Intel veranderde vooral het beeld van morgen
De kwartaalwinst van Intel lag boven de verwachting. Toch ging het aandeel donderdag nabeurs ongeveer 20% onderuit. Dat lijkt vreemd totdat je de vooruitblik erbij pakt.
Het concern verwacht voor het vierde kwartaal een omzet van 15 tot 16 miljard dollar en een aangepaste winst van 25 dollarcent per aandeel. In het zojuist afgesloten kwartaal waren dat 16,5 miljard dollar en 52 cent. Ook de aangepaste brutomarge moet volgens de prognose terug, van 44,1% naar 38%. Er blijft daardoor van iedere dollar omzet minder over om onderzoek, verkoop en andere kosten te betalen.
De onderliggende markten lopen bovendien sterk uiteen. De omzet van de datacenterdivisie groeide met 78% op jaarbasis. De pc-divisie kromp met 5%. Het management voorziet aanhoudende zwakte in de pc-markt in de eerste helft van 2027. Een sterke positie in een groeiend onderdeel geeft dus nog geen bescherming tegen problemen elders in het bedrijf. De vooruitblik van Intel maakt dat verschil concreet.
Voor mij gaat het hier om de houdbaarheid van het herstel. Als beleggers al rekenen op snel stijgende marges, raakt een tegenvallende prognose de waarde die zij aan meerdere toekomstige jaren toekennen. Een kwartaal boven de verwachting kan dan samengaan met een forse koersdaling.
De grootste rekening ligt bij de cloudbedrijven
Bij Amazon, Google en Microsoft draait het veel meer om de verhouding tussen groei en investeringen. Hun cloudactiviteiten groeien hard. AWS boekte ruim 39% meer omzet, Azure ruim 48% en Google Cloud ruim 102%. Bij die laatste groei spelen ook verkopen van eigen TPU-systemen mee. De percentages gaan dus niet over exact hetzelfde soort omzet.
Ik kijk daarom ook naar wat er overblijft na de contante investeringen. Over juli tot en met september genereerde Microsoft ongeveer 58 miljard dollar uit zijn bedrijfsvoering en investeerde het 39,4 miljard in onder meer gebouwen en apparatuur. Er bleef 18,6 miljard aan vrije kasstroom over. Bij Alphabet bedroeg die vrije kasstroom min 9,1 miljard. Bij Amazon kwam dezelfde rekensom voor het kwartaal uit op min 33,5 miljard.
Die laatste twee bedragen betekenen dat de investeringsuitgaven in dat kwartaal groter waren dan de kasstroom uit de bedrijfsvoering. Ze zijn geen gelijkstelling aan verlies of een lege bankrekening. Wel maken ze zichtbaar hoeveel geld er nu nodig is voordat alle toekomstige opbrengsten binnenkomen.
De vergelijking vraagt aandacht. Microsoft noemt daarnaast 45,2 miljard dollar aan investeringen inclusief nieuwe financieringsleases. Zo'n lease wordt niet volledig op dezelfde dag contant betaald. Trek je dat bredere bedrag toch af van de operationele kasstroom, dan vergelijk je verschillende grootheden. Bij Meta verlagen aflossingen op zulke leases de eigen maatstaf voor vrije kasstroom nog verder. De visual toont de kasstroom na de contante investeringen. Bij Amazon zijn ontvangsten uit de verkoop van apparatuur daarin verrekend.
De cijfers van Microsoft laten zien waarom het concern zich relatief gunstig onderscheidt: de groei blijft voorlopig samengaan met een forse positieve kasstroom. Dat sluit risico's niet uit. Het management verwacht verdere investeringen en wacht bij een deel van de capaciteit op partners. Een vertraging bij een datacenterbouwer kan de uitgaven tijdelijk verlagen en tegelijk omzet naar een later moment verschuiven.
Bij Amazon steeg de totale operationele winst met ongeveer 61%. De gerapporteerde nettowinst daalde licht, mede doordat in de vergelijkingsperiode een grote waarderingswinst op Anthropic zat. De daling van de nettowinst vertelt daardoor maar een deel van het verhaal. Ik vind de investeringsrekening en de toekomstige verdiensten van AWS veel belangrijker om door te rekenen.
De advertentietegenvallers hebben verschillende oorzaken
Ook de advertenties verdienen een nauwkeuriger blik. Bij Google groeide die omzet nog steeds, met bijna 11%. De circa 82 miljard dollar bleef wel ongeveer 1,5 miljard onder de analistenverwachting. Dat is een tegenvaller ten opzichte van wat was ingecalculeerd.
Hier zit een vraag die ik serieus neem. Mensen kunnen steeds meer rechtstreeks in een AI-antwoord vinden. Google moet die nieuwe manier van zoeken aantrekkelijk maken en er voldoende aan verdienen. Het management wees op een lagere opbrengst van AI Mode en op het verder uitrollen van advertenties. Een gebruiker die blijft zoeken is waardevol; het bedrag dat het bedrijf aan dat gebruik verdient, moet ook op peil blijven.
Dat maakt de bestaande gebruikersbasis belangrijk, maar neemt het risico voor het verdienmodel niet weg. De advertentietegenvaller is een signaal om te volgen. Eén kwartaal bewijst nog niet hoeveel verkeer concurrenten afpakken of waar de uiteindelijke winstmarge uitkomt.
Bij Amazon speelt een heel concrete kalenderfactor. Prime Day viel in de belangrijkste markten in 2025 in het derde kwartaal en in 2026 in het tweede. Daarmee verschoof ook een belangrijk advertentiemoment. Het bedrijf noemt dat zelf als verklaring voor de tijdelijke vertraging van de advertentiegroei naar ongeveer 11% en verwacht in het vierde kwartaal weer groei richting 20%. Dat staat in de kwartaaltoelichting. Die verklaring moet zich straks in de cijfers bewijzen.
Meta zag de advertentieomzet juist met bijna 26% groeien. Reddit kwam op 54%. Er is dus geen algemene stilstand in de advertentiemarkt. De verdeling verandert per platform, gebruikersgroep en advertentieproduct. Bij Reddit zit inmiddels wel een concrete zorg in de vooruitblik. Het zoekverkeer nam in oktober af. Als dat tempo aanhoudt, kan het gemiddelde dagelijkse bereik in het vierde kwartaal met een laag dubbelcijferig percentage teruglopen vanaf ongeveer 130 miljoen, waarschuwt het management. Het is een voorwaardelijk scenario, maar het maakt duidelijk waarom sterke advertentiecijfers alleen niet voldoende zijn. De afhankelijkheid van bezoek via zoekmachines weegt mee in de toekomstige groei.
Er bestaat geen enkele markt voor 'de chips'
Wie Intel, Samsung en Sandisk in één bak gooit, mist een groot deel van wat er gebeurt. Een processor voert berekeningen uit. Geheugen houdt informatie snel beschikbaar tijdens die berekeningen. Opslag bewaart gegevens langer. Daar zijn verschillende producten, fabrieken en klanten voor nodig.
Voor zware AI-systemen is bijvoorbeeld HBM belangrijk: zeer snel geheugen dat dicht bij de rekenchip zit. NAND, waarin Sandisk groot is, wordt gebruikt voor opslag. Een overschot aan een bepaald type pc-product lost een tekort aan geschikt geheugen voor AI dus niet zomaar op. Fabrieken ombouwen, nieuwe processen betrouwbaar laten draaien en producten door klanten laten goedkeuren kost tijd.
Bij Sandisk steeg de omzet uit datacenters in één kwartaal met 61%, terwijl de consumentenomzet met 29% daalde. Beide bewegingen vonden binnen hetzelfde bedrijf plaats. Dat is voor mij een van de duidelijkste voorbeelden van deze cijferperiode.
De totale kwartaalomzet kwam uit op ongeveer 11 miljard dollar, met een aangepaste brutomarge van 85,1%. Dat zijn uitzonderlijke verhoudingen. Ze vertellen veel over de huidige prijzen en productmix. Ik zou zo'n marge niet zonder verdere toets voor de komende tien jaar vastzetten in een waarderingsmodel. Ook de winst per aandeel vraagt aandacht: de gepubliceerde 49,51 dollar is een bedrag van vóór de aangekondigde splitsing van het aandeel.
Recordwinsten maken geheugenchips nog niet ongevoelig voor de cyclus
Samsung verdiende operationeel ongeveer 107,4 biljoen won in het derde kwartaal. Daarvan kwam 106,5 biljoen uit de chipdivisie. Het overgrote deel van de winst leunt daarmee op één onderdeel. De consumentendivisie DX leed juist een klein operationeel verlies.
Het aandeel daalde op de cijferdag ruim 4%, na een stijging van ongeveer 9% de dag ervoor. Over die twee dagen samen stond het dus nog hoger. Bovendien waren de voorlopige recordcijfers al eerder bekendgemaakt. De definitieve presentatie moest duidelijkheid geven over de volgende stap: toekomstige productie, investeringen en uitkeringen aan aandeelhouders.
Bij SK Hynix liep de operationele marge op tot bijna 80%. De onderneming beschikt bovendien over aanzienlijk meer cash dan financiële schuld. Dat is een heel andere uitgangspositie dan die van een jonge cloudverhuurder die zijn apparatuur grotendeels met geleend geld koopt.
Langlopende afspraken met klanten geven de geheugenmakers meer zicht op de vraag. Ook daar lees ik de voorwaarden. Bij SK Hynix dekken de gemelde contracten meer dan de helft van de capaciteit voor 2027 en 2028. Prijzen kunnen binnen afgesproken grenzen meebewegen met de markt. Dat biedt zekerheid over afname, zonder dat iedere toekomstige winstmarge vastligt.
Juist bij zulke hoge winsten komt Howard Marks voor mij in beeld. Schaarste maakt een product duur. Hoge winsten maken uitbreiding aantrekkelijk. Meer bedrijven investeren, waarna de nieuwe productie vaak met vertraging beschikbaar komt. Tegen die tijd kan de vraag anders zijn dan bij de oorspronkelijke investeringsbeslissing.
We weten vandaag niet wanneer die verhouding omslaat. De sterke vraag kan veel langer aanhouden. Ik wil wel voorkomen dat ik een tijdelijk uitzonderlijk winstniveau behandel als een gegarandeerde ondergrens.
ASM en Vertiv verdienen aan de oplossing van tekorten
De bouw van extra capaciteit heeft intussen duidelijke begunstigden. ASM verkoopt apparatuur waarmee fabrikanten geavanceerde chips maken. De kwartaalomzet groeide met bijna 45%. Het bedrijf verwacht dat de omzet in 2027 boven 5,7 miljard euro kan uitkomen, een niveau dat eerder als doel voor 2030 gold.
Vertiv levert onder meer de stroomvoorziening en koeling die nodig zijn om datacenters daadwerkelijk te laten draaien. De omzet steeg met 61%; de aangepaste operationele marge kwam uit op 25,2%. De organische ordergroei bedroeg meer dan 100%. Orders zijn toekomstige opdrachten. Ze worden pas omzet na uitvoering en pas vrije kasstroom nadat ook de bijbehorende uitgaven zijn betaald.
De sterke cijfers passen bij een echte beperking: met alleen een bestelling bij Nvidia heb je nog geen werkend datacenter. Je hebt ook stroom, koeling, netwerkverbindingen, personeel en een geschikte locatie nodig. Bedrijven die zo'n knelpunt kunnen oplossen, hebben een reden om goed te verdienen.
Dat voordeel verdient dezelfde kritische blik als iedere andere moat. Hoe moeilijk is de oplossing te vervangen? Hoeveel concurrenten breiden uit? Hoeveel omzet kan uit de orderportefeuille verdwijnen als klanten hun plannen aanpassen? Een indrukwekkend orderboek maakt die vragen relevanter, juist omdat de verwachtingen ermee stijgen.
NXP laat ondertussen een ander deel van de chipcyclus zien. Daar groeide de omzet uit auto's met 13% en uit industriële toepassingen met 39%, terwijl mobiele toepassingen krompen. Dat herstel is niet hetzelfde verhaal als de schaarste aan AI-geheugen. De eindmarkten en de voorraden moeten afzonderlijk worden bekeken.
De klant van vandaag moet de rekening van morgen kunnen betalen
De investeringsuitgaven van de ene onderneming zijn omzet voor een andere. De kasstroomvisual hierboven laat daarom ook zien waar een deel van de huidige leverancierswinsten vandaan komt. Het geld moet uiteindelijk worden terugverdiend met klanten die AI en clouddiensten blijven afnemen.
Dat brengt me bij de neoclouds, bedrijven die rekenkracht verhuren. Zij kunnen profiteren van een tekort aan capaciteit, maar kopen vaak dure apparatuur voordat de volledige huurinkomsten binnenkomen. Met schuld gefinancierde servers brengen vaste rentelasten mee. De opbrengst van een uur rekenkracht kan ondertussen veranderen.
Microsoft kondigde deze week 25 miljard dollar aan nieuwe obligaties aan. Het bedrijf heeft een sterke kredietwaardigheid en genereert nog veel cash. Voor een kleinere partij met weinig vrije kasstroom kan dezelfde extra lening veel duurder zijn. Als een lening van 3 miljard dollar bijvoorbeeld 10% rente kost, moet alleen al jaarlijks 300 miljoen dollar aan rente worden betaald. Dat is een rekenvoorbeeld, geen vastgestelde rente voor een specifieke uitgifte.
Ook de vorm van financiering maakt verschil. Meta's aangekondigde pakket van 95 miljard dollar bestaat uit aandelenfinanciering, waaronder verplicht converteerbare preferente aandelen en een programma voor toekomstige aandelenverkopen. Het volledige bedrag is daarmee niet meteen ontvangen, en het is evenmin simpelweg 95 miljard nieuwe obligaties. Voor bestaande aandeelhouders komt verwatering in beeld: dezelfde onderneming wordt over meer aandelen verdeeld.
Oracle biedt een nuttig toekomstbeeld. De plannen van de beleggersdag mikken op minstens 225 miljard dollar omzet in boekjaar 2030 en een terugkeer naar positieve vrije kasstroom in de tweede helft van boekjaar 2028. Dat laatste betekent december 2027 tot en met mei 2028. Het gaat om doelen die nog moeten worden gerealiseerd. Een koersstijging op zulke plannen vertelt vooral dat beleggers die toekomstige verdiensten hoger zijn gaan waarderen.
Nieuwe chips kunnen die terugverdientijd ingewikkelder maken. Met Nvidia's DSX POD wordt een snellere installatie op een voorbereide locatie beloofd, vanaf veertien dagen. Stroomaansluitingen, vergunningen en de bouw van het terrein verdwijnen daarmee niet. Als implementatie wel makkelijker wordt, kan een voordeel op basis van schaarse direct beschikbare servers kleiner worden.
Oudere apparatuur blijft bruikbaar voor veel taken. De huurprijs en bezettingsgraad bepalen hoeveel zij nog opbrengt. Voor een verhuurder telt daarom hoe snel hij zijn investering terugverdient, hoe lang klanten vastliggen, wie die klanten zijn en wanneer zijn eigen schuld vervalt. Een boekhoudkundige afschrijving verandert die kasverplichtingen niet.
Bij software verschuift de discussie naar het concurrentievoordeel
Bij ServiceNow heb ik eerder uitgelegd waarom ik het aandeel heb verkocht. Ik vind het nog altijd een goed bedrijf. Mijn twijfel gaat over de plaats die zulke software straks inneemt als medewerkers steeds meer via een AI-assistent werken.
De systemen achter die assistent kunnen belangrijk blijven: toegangsrechten, bedrijfsprocessen, controles en vastgelegde gegevens verdwijnen niet. De vraag is wie voldoende onderscheidend blijft om een aantrekkelijke prijs te vragen. De zichtbare gebruikersinterface alleen biedt daarvoor mogelijk minder bescherming dan vroeger.
De kwartaalcijfers geven een concreet aanknopingspunt. De abonnementsomzet steeg ongeveer 21%, terwijl de directe kosten daarvan met ongeveer 58% opliepen. De brutowinst op abonnementen groeide daardoor met ongeveer 11%. De bijbehorende brutomarge daalde van circa 80% naar 73,6%.
Een belangrijk deel van de kostenstijging komt uit overnames: extra afschrijving op aangekochte immateriële activa verklaart ongeveer 120 miljoen dollar van de 388 miljoen hogere directe kosten. Die hele stijging aan AI toeschrijven zou het beeld vertekenen. Ik wil de komende kwartalen zien hoe de marge zich ontwikkelt wanneer die verschillende oorzaken beter te scheiden zijn.
Bij Fortinet gaat het weer om een andere zorg. De totale omzet groeide ruim 20%, met sterke productverkopen. De diensten groeiden langzamer, met bijna 13%, en de jaarverwachting voor die diensten werd licht verlaagd. Tegelijk verhoogde het bedrijf onder meer zijn totale omzetverwachting en de prognose voor de aangepaste winst per aandeel.
Voor beleggers zijn terugkerende diensteninkomsten waardevol omdat ze meer voorspelbaarheid kunnen geven. Een zwakkere vooruitblik voor dat onderdeel kan daardoor zwaar wegen. Ik lees daarin geen bewijs dat bedrijven geen beveiliging meer nodig hebben. Wel een reden om contractgroei, concurrentie en de aansluiting van het aanbod op cloudomgevingen te blijven volgen.
Ook bij Marvell staat een andere afweging centraal. Het nieuws over mogelijke overnamegesprekken met Lumentum gaat over het kopen van een sterkere positie in optische verbindingen voor datacenters. Die strategische logica kan overtuigen, terwijl de financiering vragen oproept. Zonder definitieve prijs en voorwaarden kun je de uiteindelijke winst per aandeel niet doorrekenen. Een grotere onderneming levert de bestaande aandeelhouder pas meer op als de extra winst opweegt tegen de betaalde prijs, rente en eventuele nieuwe aandelen.
Dezelfde vragen spelen buiten AI
Bij Visa en Mastercard zie je hoe aantrekkelijk een netwerk kan zijn als er steeds meer betalingen overheen gaan. De omzet groeide respectievelijk 13% en 14%. Veel infrastructuur staat er al, waardoor extra transacties relatief weinig extra kosten kunnen vragen. Bij Mastercard kwam de operationele marge uit op bijna 60%. Dat is een tastbaar concurrentievoordeel, zolang klanten en winkeliers het netwerk blijven gebruiken en de tarieven houdbaar zijn.
Bij PayPal groeide het betaalvolume met 6%, terwijl de omzet en de opbrengst na directe transactiekosten elk maar 2% stegen. Het hogere betaalvolume levert daar dus naar verhouding minder extra inkomsten op. De aangepaste winst per aandeel steeg wel, mede doordat het aantal aandelen fors afnam door inkopen. De aangepaste nettowinst zelf daalde. Ik vind dat een belangrijk verschil: groei per aandeel kan uit de onderneming komen, maar ook uit het verkleinen van het aantal aandelen waarover de winst wordt verdeeld.
Adyen verwerkte voor 30% meer geld aan betalingen en zag de netto-omzet met 23% groeien, of 22% bij constante wisselkoersen. In die omzet zitten inmiddels ook overgenomen activiteiten. Tegelijk werd de verwachte EBITDA-marge voor dit jaar op 50% gezet en verviel het eerdere doel van meer dan 55% in 2028. EBITDA is het resultaat vóór onder meer rente, belasting en afschrijvingen. De vooruitblik op hoeveel omzet uiteindelijk in winst verandert, weegt voor de waardering minstens zo zwaar als de groei van het betaalvolume.
Bij SoFi en Robinhood kijk ik daarnaast naar de kwaliteit van de groei. De eerste zag de omzet met 44% stijgen en de nettowinst met 73%. De technologietak kromp onder meer door het vertrek van een grote klant. Bij Robinhood groeide de omzet met 12%, terwijl de nettowinst met 14% daalde. Opties en evenementcontracten groeiden sterk, maar de crypto-omzet halveerde ruim. Zo'n verdeling vertelt meer over de gevoeligheid voor marktenthousiasme dan één groeipercentage bovenaan een persbericht.
Bij energiebedrijven speelt de schaarste weer rechtstreeks in op de marge. Shell zag de aangepaste kwartaalwinst bijna verdubbelen tot 10,8 miljard dollar, geholpen door uitzonderlijk hoge raffinagemarges. Dat ondersteunt de aangekondigde inkoop van 5 miljard dollar aan eigen aandelen. Voor de waardering blijft de vraag hoeveel van die winst overblijft bij normalere energieprijzen en brandstofmarges.
Enphase voelt juist de kwetsbaarheid van vraag die mede afhankelijk is van financiering en beleidssteun. De omzet daalde met ruim 28% en de vooruitblik wijst op een verdere daling in het volgende kwartaal. Een zonnige toekomst voor duurzame energie voorkomt geen moeilijke periode voor een afzonderlijke leverancier. Bij Boeing ligt de toets weer bij de uitvoering: meer vliegtuigen afleveren, betrouwbaar produceren en schuld afbouwen. De vrije kasstroom werd in het derde kwartaal positief, maar over de eerste negen maanden verbruikte het bedrijf per saldo nog geld. Eén beter kwartaal is dan een stap, met nog veel werk voor de boeg.
Ook de farmaceuten laten zien hoe belangrijk het is de winst uit elkaar te halen. Pharming zag de kwartaalomzet en winst duidelijk groeien. De operationele kasstroom over de eerste negen maanden bleef wel onder die van een jaar eerder. Novartis rapporteerde een scherpe daling van het bedrijfsresultaat door onder meer een afwaardering van een ontwikkelingsprogramma, terwijl het aangepaste bedrijfsresultaat steeg. Daar draait de waardering om de toekomstige verkoop van medicijnen én om de kans dat nieuwe middelen hun ontwikkeling terugverdienen.
Dit zijn verschillende bedrijven met verschillende risico's. Wat ze verbindt, is dat omzetgroei pas waarde krijgt wanneer er duurzaam genoeg geld voor de aandeelhouder overblijft. Daar hoort ook de prijs van het aandeel bij. Een degelijk betaalnetwerk kan te duur zijn; een cyclisch bedrijf kan aantrekkelijk worden wanneer de prijs voldoende rekening houdt met een terugval.
Hieronder heb ik de belangrijkste resultaten uit onze cijferartikelen bij elkaar gezet. Per onderneming staat erbij wat de groei draagt en welke volgende stap ik zou willen zien. Oracle en Marvell staan er apart als aanvullend bedrijfsnieuws; zij publiceerden in deze periode geen nieuwe kwartaalcijfers.
Waarom ik Howard Marks hier steeds bij pak
In Mastering the Market Cycle beschrijft Howard Marks hoe ontwikkelingen elkaar voortbrengen. Optimisme maakt kapitaal makkelijker beschikbaar. Bedrijven durven meer te investeren. De concurrentie neemt toe en beleggers gaan soms minder vergoeding voor risico verlangen. Uiteindelijk worden de verwachtingen getoetst aan wat ondernemingen werkelijk verdienen.
Ik herken verschillende onderdelen daarvan in de AI-keten. Hoge marges trekken nieuwe capaciteit aan. Sterke vraag maakt grote contracten mogelijk. Die contracten helpen vervolgens bij het aantrekken van financiering. Zolang alle schakels op tijd leveren en klanten blijven betalen, kan dat goed werken. Als één grote klant minder afneemt of een project vertraagt, kan de druk zich door diezelfde keten verspreiden.
Daarmee staat het moment van een omslag niet vast. Goedkopere AI kan juist veel meer gebruik uitlokken. Een bedrijf dat zijn kosten per berekening sneller verlaagt dan de verkoopprijs daalt, kan ook in een concurrerender markt groeien én goed verdienen. Ik wil dus zowel de hoeveelheid werk als de opbrengst en kosten per eenheid begrijpen.
Het risico zit voor mij vooral in een waardering die alleen bij voortdurend uitzonderlijke omstandigheden aantrekkelijk lijkt. Een cyclisch bedrijf kan op de hoogste winst heel goedkoop ogen. Zodra de marge normaliseert, verandert die rekensom snel.
De rente speelt daar dwars doorheen. Hogere financieringskosten maken nieuwe projecten moeilijker rendabel. Tegelijk kunnen beleggers elders meer vergoeding krijgen voor hun geld, waardoor zij meer rendement van aandelen verlangen. Dat raakt vooral ondernemingen waarvan een groot deel van de verwachte verdiensten ver in de toekomst ligt. Een technisch succesvol product kan daardoor samengaan met een zwak beursrendement als de oorspronkelijke prijs te veel optimisme bevatte.
Een lagere koers vertelt nog niet wat je koopt
Stel dat een bedrijf 100 miljoen euro omzet draait en daarvan 40 miljoen als nettowinst overhoudt. Bij een beurswaarde van 800 miljoen betaal je twintig keer die winst. Daalt de nettomarge naar 20%, dan blijft 20 miljoen winst over. Dezelfde beurswaarde staat ineens voor veertig keer de winst.
Zelfs na een koersdaling van 25%, naar een beurswaarde van 600 miljoen, betaal je in dat tweede geval nog dertig keer de winst. Het aandeel is goedkoper geworden in euro's, terwijl de prijs ten opzichte van de lagere winst hoger ligt dan eerst.
Zo kijk ik naar de grote dalers. Ik probeer eerst een aannemelijke toekomstige winst en kasstroom te bepalen. Daarna kijk ik hoeveel ruimte de koers laat voor vertraging, lagere marges of extra investeringen. Dat is de veiligheidsmarge die ik belangrijk vind. De historische top van het aandeel helpt nauwelijks bij die berekening.
Bij een kapitaalintensief bedrijf horen daar ook onderhoudsinvesteringen bij. Apparatuur moet uiteindelijk worden vervangen. Bij software kijk ik naar aandelenbeloningen: die kosten niet meteen cash, maar kunnen wel het belang van bestaande aandeelhouders verwateren. Daarom volg ik naast de totale vrije kasstroom ook het aantal aandelen en de ontwikkeling per aandeel.
Waar ik na deze cijferperiode op let
Voor mij springen drie groepen eruit. Leveranciers zoals ASM en Vertiv profiteren van concrete investeringen en knelpunten. Bij geheugenmakers zijn de winsten uitzonderlijk hoog, waardoor de toekomstige capaciteit en prijsontwikkeling extra zwaar wegen. De grote cloudbedrijven moeten vervolgens bewijzen dat hun steeds grotere investeringsbasis voldoende geld gaat opleveren.
Software vraagt een eigen beoordeling. Daar wil ik zien dat een bedrijf zijn plek in het werkproces behoudt, klanten blijven betalen en nieuwe AI-producten ook de winst per aandeel versterken. Een vertrouwde merknaam is daarvoor onvoldoende. Een groeiend gebruik zonder aantrekkelijk verdienmodel evenzeer.
Ik blijf daarom per aandeel dezelfde vragen stellen. Begrijp ik waarom klanten ervoor kiezen? Wordt dat voordeel sterker of zwakker? Kan de balans een tegenvallend jaar dragen? En blijft de prijs redelijk als ik voor de marges en groei iets voorzichtiger reken?
Wie meerdere aandelen in AI bezit, moet daarnaast naar de gezamenlijke afhankelijkheid kijken. Een chipmaker, een cloudverhuurder en een leverancier van datacenterkoeling hebben verschillende namen op het koersscherm. Hun resultaten kunnen toch afhangen van dezelfde investeringsplannen en dezelfde geldschieters.
Deze tien dagen cijfers geven mij geen reden om ieder rood aandeel af te schrijven of iedere daling te kopen. Ze geven wel een veel scherper beeld van waar het geld wordt verdiend, waar het wordt uitgegeven en wie nog moet bewijzen dat de rekening zich terugbetaalt. Daar begint voor mij de volgende beleggingsbeslissing.



















































































































Opmerkingen